community in transition
6 februari 2019 | Angelita Kappers

SER – 5 jaar borging Energieakkoord en verder….

De SER geeft een update over 5 jaar borging Energieakkoord.

Wat is er gebeurd de afgelopen 5 jaar, wat moet er nog gebeuren;

‘ Soms ging het bijna vanzelf. Regelmatig was er een duwtje extra nodig. Af en toe moest het met stevige hand. Soms lukte het niet. Vijf jaar borging van Energieakkoord laat zien dat een akkoord met 47 partijen en honderden afspraken tot resultaat kan leiden.

De start van een omvangrijk en nieuw soort akkoord heeft tijd nodig. Het kostte een paar jaar om de uitvoering op gang te trekken. Soms omdat de afspraken niet scherp genoeg waren. Soms doordat regels ingewikkeld waren. Soms omdat partijen pas na enig aandringen echt tot actie overgingen of door omstandigheden niet tijdig konden leveren. Uit de opeenvolgende Nationale Energie Verkenningen (NEV’s) blijkt dat het tijd kost voordat afspraken zich vertalen in zichtbare effecten.

In 2018 is geen NEV uitgebracht vanwege de samenloop met het Klimaatakkoord in wording. Er is volstaan met een gedeeltelijke actualisatie van de energie- en emissieramingen uit de Nationale Energieverkenning 2017. De opeenvolgende prognoses maken zichtbaar dat elk jaar voortgang wordt geboekt om de doelen te realiseren.

Drie van de vijf hoofddoelen van het Energieakkoord zijn bereikt:
een besparing van het finale energieverbruik met gemiddeld 1,5 procent per jaar;
16 procent hernieuwbare energieopwekking in 2023;
gemiddeld ten minste 15.000 voltijdbanen extra per jaar.
Het realiseren van een besparing van 100 petajoule (PJ) energiebesparing in het finale energieverbruik per 2020 blijkt weerbarstig. Met de actualisatie van de NEV 2017 valt ook deze doelstelling binnen de bandbreedte.

Het aandeel hernieuwbare energie nadert in de opeenvolgende prognoses het beoogde doel van 14 procent in 2020. Echter vanaf 2016 toont de prognose een licht dalende lijn. De hoeveelheid opgewerkte hernieuwbare energie blijft stijgen. Het aandeel hernieuwbare energie stijgt echter minder snel dan de toename van het totale energiegebruik. Dit laatste is vooral het gevolg van de hoogconjunctuur waarin de Nederlandse economie zich bevindt.

Reageren?

© 2020 creaza / ECHT